2e Christelijke Technische School Patrimonium Amsterdam

at Dr. Jan van Breemenstraat 1, Amsterdam, 1056 AB Netherlands

Pagina over de 2e Christelijke Technische School Patrimonium aan de Dr. Jan van Breemenstraat 1 te Amsterdam.


2e Christelijke Technische School Patrimonium Amsterdam
Dr. Jan van Breemenstraat 1
Amsterdam 1056 AB
Netherlands
Contact Phone
P: ---
Website
-

Description

Okko Steensma, leerling op deze school van 1966 t/m 1970 (klassen 1C, M2E, E3B en M3A), verteld over deze periode. Het was een typische jongensschool en in die tijd min of meer het enige gebouw in de directe omgeving. Aan de westkant grensde het dijklichaam wat later de Coentunnelweg zou worden en waarachter het Lucas ziekenhuis stond. Aan de zuidkant grensde de Jan Evertsenstraat met daarachter een heel groot braakliggend terrein, waar later een pand van de ABN AMRO gebouwd zou worden en het Rembrandtpark zou worden aangelegd. Aan de noordoostkant lag het Jan van Galenbad en zou later het reumacentrum worden gevestigd in de Admiraal Helfrichstraat en aan de noordkant stond alleen de prinses Irene Vak en Huishoudschool. Theorie en Praktijk ------------------------- Het Patrimonium gebouw bestond uit een hoog gedeelte waarin de theorie lokalen en een laag gedeelte waarin de praktijklokalen gevestigd waren. Om de hoofdingang te bereiken moest je enkele treden beklimmen van een brede stenen trap. Een fietsenstalling was gevestigd onder de school en was bereikbaar via een tweetal trappen welke aan de linker en de rechterkant van de hoofdingang waren gevestigd. Conciërges --------------- Eenmaal binnen dan liep je tegen de garderobe aan met aan je linkerhand de conciërgeloge. Dit was het domein van de heer Spaangaren, de conciërge die overigens altijd netjes in het pak, dagelijks de absenten controleerde en er ook voor zorgde dat jongens zoals ik, die op het laatste ogenblik de school binnen probeerden te rennen, terwijl het beginsignaal al geklonken had, ook echt te laat waren. Spaangaren liet je echt voor de dichte deur staan en deed die pas weer open na een minuut of vijf. In de conciërgeloge werden ook de klassenboeken bewaard, welke dagelijks werden opgehaald en teruggebracht door de gekozen klassenvertegenwoordiger. In de gang achter de conciërgeloge waren de lerarenruimte, administratie en de kamer van de directeur gevestigd. In mijn tijd was dit de dhr. De Blois. Er waren ook nog twee ander conciërges, genaamd Hoebe en Kesselaar. Dhr. Hoebe en zijn echtgenote zorgden voor de koffie, keuken en kantine. Dhr Kesselaar liep altijd in een bruine stoffenjas en deed technische klusjes in de school. Overigens woonde dhr Hoebe in die tijd in een dienstwoning welke naast de school gebouwd was. Kantine ---------- Ik de kantine was er tussen de middag gelegenheid tot het opeten van je lunch. De school zorgde voor de melk en de bekers. Het waren witte stenen bekers welke na gebruik netjes in de daarvoorbestemde rekken moesten worden gedeponeerd. Eersteklassers zoals ik maakten hier dagelijks gebruik van. Brooddoosje of zakje mee van huis en netjes tussen de middag vergezeld van een beker melk je lunch opeten. Eenmaal tweede klasser of hoger dan aten een heleboel leerlingen buiten de deur. In de pauze tussen de middag spoedden dan vele leerlingen zich naar het nabijgelegen Mercatorplein voor een bezoek aan snackbar Dirck of één van de vele tabak en/of snoepwinkels. Anderen liepen het onontgonnen Gerbrandypark in. Ik herinner mij een knul, genaamd Agema, die een vlot had gemaakt in één of andere sloot. Hij ging daar dagelijks naar toe tot op een dag hij zeiknat terug kwam lopen naar school. Hij was in het water gevallen. Sinds die tijd ging hij niet meer naar het vlot. School opgeheven ------------------------- Anno 2000 bestaat de school bestaat niet meer in zijn huidige vorm. De school is opgegaan in één van de nieuwe onderwijsstromen. In het gebouw zijn momenteel het ROC/ASA en het Iederslandcollege gehuisvest. Veel van de praktijklokalen aan de westkant staan leeg. De lokalen worden waarschijnlijk niet meer gebruikt omdat er geen metaal- en elektro opleidingen meer worden gegeven. De laatste ontwikkelingen (dec. 2015) zijn dat het pand helemaal leeg staat. Er liggen plannen om er een bar in te vestigen of ateliers waarin kunstenaars zich kunnen uitleven. januari 2016 ----------------- Club De School vestigt zich in de leegstaande oude school

Company Rating

37 FB users likes 2e Christelijke Technische School Patrimonium Amsterdam, set it to 96 position in Likes Rating for Amsterdam, Netherlands in School category

Werkweek naar Putten, klas M3A - 1970 ------------------------------------------------------ door Okko Steensma Al mijn toenmalige vrienden en vriendinnen gingen tijdens hun schooltijd op werkweek naar grote steden als Londen, Parijs, Brussel, etc. Ik niet. Ik ging met de klas naar Putten. Dit was niet het ergste want, we moesten met de fiets. Dus op het moment suprime moesten de leerlingen uit onze en andere klassen zich verzamelen bij het Amstelstation om vervolgens gezamenlijk naar de Peppelhoeve op de Peppelerweg in Putten – zo heette het oord waar wij deze werkweek zouden vertoeven - te vertrekken. Van enige groepsvorming bleef niet veel meer over. Velen vervolgden hun weg met z'n tweeën of zelfs in hun eentje. Naarmate we richting Naarden reden kwamen we vermoeide klasgenoten tegen die in het gras lagen of ergens een terrasje pikten. Weer anderen stonden te liften, al dan niet met een lekke band. Tot mijn verbazing heb ik niemand terug zien fietsen. Ik weet wel dat velen, waaronder ik, het niet meer zagen zitten. Uiteindelijk hebben we het allemaal wel gehaald kan ik mij herinneren. Als begeleiders gingen enkele leraren van de school mee. Of ze ook fietsten kan ik mij niet meer herinneren. Onze begeleiders waren de leraren de(n) Boer (aardrijkskunde) en van Driel (tekenen/schilderen). --------------------------------------------------------------------------------- Eenmaal aangekomen gingen we onze slaapzaal indelen naar onze eigen smaak. Er stonden namelijk een stuk of 6 stapelbedden in en rij. We hadden deze stapelbedden stervormig met het hoofdeind tegen elkaar aan gezet met in het midden de chips, het bier (voor de echte mannen) en frisdrank (voor jongens zoals ik). Een klasgenoot had onderweg één of ander oranje knipperlicht 'gevonden' - bestemd voor werk in uitvoering - en meegenomen als aandenken. Het oranje knipperlicht, de chips, het bier en de frisdrank maakten de donkere slaapzaal overigens tot een gezellig oord. Ook gingen we bijna elke avond naar de kroeg - café ’t Trefpunt in Putten - waar het gezellig vertoeven was. Af en toe een biljartje als de tafel vrij was en niet te vergeten de jukebox. In de jukebox zaten diverse plaatjes maar de modernste waren toch wel voor die tijd: Whole stop the rain van CCR, El Condor Pasa van Simon en Garfunkel en Lay Down van Melanie en de Edwin Hawkins singers. Dit waren dan ook de enige drie plaatjes die je hoorde als wij er waren. Volgens de kroegbaas maakten wij teveel lawaai. Dit mocht niet omdat een aantal stamgasten naar een voetbalwedstrijd zaten te kijken. Het resultaat was dat wij ook gingen kijken en juichen. Dit viel niet in goede aarde bij de gasten. Na ons dagelijkse kroegbezoek kwamen wij dus, volgens de leraren, veel te laat binnen op de Peppelhoeve en lagen dus ook veel te laat in bed. Diep in de nacht gingen we pas slapen. We moesten waaks zijn op de jongens welke zich op een andere slaapzaal bevonden. Zij wilden ons verrassen met een kussengevecht. Als wraak kwamen de leraren ons een keer in het holst van de nacht – ik denk ongeveer om ± 08:30 – wekken met een enorme bel die zo heerlijk door je hoofd galmde terwijl je nog in dromenland lag. Wij spraken er natuurlijk schande van en beklaagden ons bij de kampleiding. --------------------------------------------------------------------------------- De laatste avond hadden de leraren een verassing voor ons. We zouden ergens worden gedropt midden in een bos en moesten dus op eigen gelegenheid de weg weer terug moeten vinden. Het plan was volgens mij dat, terwijl wij door het bos ploeterden, de leraren eindelijk eens van een gezellige rustige avond zouden kunnen genieten. Zo gezegd, zo gedaan, er werden een aantal taxi’s besteld en wij werden afgevoerd. Eén van onze klasgenoten kocht de chauffeur van de taxi om met een pakje sigaretten. Hij wilde eerst niets zeggen maar zwichtte uiteindelijk voor onze druk. We hoefden maar een klein stukje te lopen om de grote weg te bereiken. Eenmaal de grote weg bereikt stonden we te liften. En al gauw waren we weer in Putten. Als we wilden stonden we binnen een half uur weer op de stoep bij de Peppelhoeve. Dit wilden we de leraren - die heerlijk aan een pilsje zaten - echter niet aandoen dus gingen we eerst weer naar de kroeg. Na een uur gingen we weer richting Peppelhoeve en dachten dat we de eerste zouden zijn. Het bleek dat er toch al een andere klas eerder was binnengekomen. Al met al is het toch een leuke week geweest.

Published on 2014-01-07 19:25:59 GMT

METSELEN BIJ COR DE BOER... ---------------------------------------------------- reactie door Hilbert Steensma Het lag niet slechts aan de charme van deze leraar dat ik voor dit vak koos. Nee, een tweede niet onbelangrijk criterium lag in het feit dat je mocht roken in het lokaal. Nou ja, in het lokaal? Niet tijdens het werken maar wel in de pauzes… Meneer de Boer (Cor) rookte zelf filterloze sigaretten en hield dus rekening met de rokende leerling. Veel pauzes dus… Cor gaf tijdens avonduren en/of zaterdagen les aan volwassenen. Een keer per maand vroeg hij ons of we wilden helpen om het cursusmateriaal voor deze volwassenen klaar te zetten. Dit materiaal bestond uit schone stenen, lijm, water en gereedschap. Dat wij dit met veel plezier deden lag niet alleen aan de charme van Cor. Nee, 2 keer per jaar deelde hij een zakcentje uit aan ons. Een goudeerlijke, aardige man dus. Ik denk dat er geen enkele leerling was die hier anders over dacht… Woensdagochtend. In mijn klas waren pakweg 6 leerlingen die voor metselen hadden gekozen. Woensdag bestond het dagrooster uit 4 uur metselen. In een van de pauzes schoot ik mijn peukje weg. Dit lijkt vreemd maar het kon in een lokaal waar voornamelijk kalk, zand en stof op de grond lag. Ook was het standaard dat de vloer aan het einde van de les aangeveegd werd… Geen probleem dus. Mijn peukje belandde echter niet op de grond maar in 1 van de zakken van de werkkleding van de leerlingen. Achteloos laat ik de peuk voor wat het is en meng me weer in het gesprek met de klasgenoten. Als ik even later een schroeilucht ruik moet ik stiekem lachen. Wat zullen de jongens zo schrikken zeg!!! Als we ons even later omkleden om naar huis te gaan denk ik niet meer aan de peuk… De herinnering aan de peuk kwam de volgende dag weer naar boven. Tijdens het eerste uur… Toen kwam een klasgenoot binnen met de mededeling: "Er is gisteren brand geweest in het metsellokaal!" De grond schoof onder mijn voeten vandaan.

Published on 2015-04-06 19:11:57 GMT

Mijmeren over mijn oude school --------------------------------------------------------------------------------------------------- door Okko Steensma November 2012 woonde ik in de Achterhoek een crematie plechtigheid bij van een oom van mijn vrouw. Tijdens deze dienst ontmoette ik na ruim 40 jaar dhr. Brinkman, voormalig leraar metaalbewerken en tevens mijn klasseleraar in de eerste klas (1C) van de 2e chr. Technische school Patrimonium te Amsterdam. Dhr. Brinkman was een zwager van de overledene. Het was een vreemd moment toen ik de man de hand drukte. De laatste keer dat ik dat gedaan had was ik een jaar of 12 en kwam ik net van de lagere school. Ondanks dat de man de leeftijd van 80 jaar inmiddels gepasseerd was, herkende ik hem meteen. Bij Brinkman heb ik ooit het bekende zwart gelakte stalen tafeltje, belegd met kleine tegeltjes, gemaakt. Ik vertelde Brinkman wie ik was, wat ik deed en vroeg hem hoe het met hem ging. Hij herinnerde zich mij niet meer maar vertelde me wel dat de school niet meer bestond. Ik wist natuurlijk al dat de school jaren geleden opgegaan is in één van de nieuwe onderwijsstromen en dat in het gebouw momenteel het ROC/ASA en het Iederslandcollege zijn gehuisvest, maar tegelijkertijd realiseerde ik me, toen ik de man de hand schudde, dat hij en al zijn collega tijdgenoten allang gepensioneerd en sommigen misschien zelfs overleden zijn. In gedachten ging ik weer even terug naar die periode eind jaren 60, de periode dat ik er op school zat. Het moment dat je heel bedeesd als 1e klasser binnenkomt en na 4 jaren lachend de school verlaat met een gevoel van ‘ik kan de wereld aan’. Het blijkt achteraf dat je dan nog niets weet, althans in mijn geval. De praktijk- en theorielokalen waren in die jaren rijkelijk gevuld en het was een komen en gaan van leerlingen, ieder jaar weer. De school beschikte overigens over een uitgebreid machinepark. In gedachten zag ik weer de draaibanken, boormachines, smidse, lascabines, schakelpanelen, schaafbanken, slijpstenen, werkbanken, elektra montageborden, etc. in de lokalen staan. Wie herinnerd zich nog dhr. de Vries (metaalbewerken) die met zijn openhangende stofjas door de gang stoof want hij liep nooit langzaam. De stoffenjas waaide achter hem aan. De man had overigens geen greintje vet. Of dhr. van Heun, de bijna gepensioneerde man met de pruimtabak die in zijn jonge jaren gebokst had. Als een kameraad ging hij met je om. Ik zal deze herinneringen nooit vergeten. Of meneer Bakker schei/natuurkunde, (lokaal 3) die je zo heerlijk gemeen in je nek kon knijpen als je iets geflikt had. Als ik nu, anno 2013 langs de school rijd - ik rijd dagelijks over de Coentunnelweg langs de school en kijk dan even naar rechts, voor zover het verkeer dit toelaat. - valt het mij op dat veel van de praktijklokalen leeg staan en donker zijn. De lokalen worden waarschijnlijk niet meer gebruikt omdat er geen metaal- en elektro opleidingen meer worden gegeven. Waar zijn al die machines gebleven vraag ik mij dan af. Het idee dat de lokalen leeg staan bevreemd mij ten zeerste. Wellicht duizenden leerlingen hebben een aantal jaren in deze lokalen doorgebracht en daar een vak geleerd of geprobeerd te leren onder het toeziend oog van de geduldige leraren.

Published on 2015-02-17 19:42:47 GMT

Vuurvaste handen --------------------------------------------------- door Okko Steensma De heer Versteeg was een kolossale sterke vent met een paar grote handen. In de praktijk bleek hij ook nog vuurvaste handen te hebben. We hadden lasles van hem. We lasten autogenisch en later ook elektrisch, althans, dat probeerden we te leren. Telkens als je weer twee plaatjes aan elkaar had weten te lassen moest je je kunstwerk door Versteeg laten controleren. Uiterst voorzichtig had je het kokend hete voorwerp met een tang vastgepakt en stond je in de rij om het te laten zien. Versteeg bekeek de bovenkant maar wilde natuurlijk ook de onderkant zien. Hij pakte het voorwerp gewoon met beide handen beet en draaide het om en bekeek het. Al dan niet vergezeld van enig commentaar gaf hij het voorwerp aan je terug. Je moest dan heel snel reageren anders had je het voorwerp ineens in je eigen handen inplaats van in de tang.

Published on 2015-02-17 19:35:44 GMT

Plaatwerk- en constructiebankwerklokaal ---------------------------------------------------- door Okko Steensma In de beginjaren van de school was er een gemeenschappelijk plaatwerk- en constructiebankwerklokaal. Het was één grote ruimte van twee praktijklokalen groot, waarin knipscharen, guillotineschaar, smidse, lascabines, werkbanken, enz. waren ondergebracht. Dit lokaal was het domein van de dhr. Versteeg (een kolossale man met vuurvaste handen en tevens koster van de Opgang kerk in Osdorp). Versteeg moest je als vriend hebben. Je moest hem niet kwaad maken want dan pakte hij je vast met zijn grote handen en smeet je het lokaal uit. Handig was de Versteeg wel want hij heeft de letters D E O P G A N G, die aan de buitenkant van de kerk hingen zelf gemaakt. Voor grote klussen binnen de school draaide Versteeg ook zijn handen niet om. In 1969/70 werd onder zijn leiding een project gestart om van het gemeenschappelijke plaatwerk- constructiebankwerklokaal twee aparte lokalen te maken. Dit om de capaciteit van de leslokalen te vergroten. Er zouden dan immers twee klassen tegelijkertijd van de lokalen gebruik kunnen maken in plaats van één. Op het moment dat onze klas plaatwerkles had van Versteeg vroeg hij ons te asssisteren met deze klus. Er waren die ochtend door hem, op de grens van de twee lokalen, al een paar stalen staanders neergezet. Deze stonden gelast en wel op een stalen ligger die op de grond was gemonteerd. Versteeg kon lassen als de beste. Hij vroeg dan ook aan ons om met vereende krachten een klaarliggende stalen U balk op te 'beuren' en deze bovenop de staanders te leggen. De balk was ontzettend zwaar maar door met een aantal klasgenoten de krachten te verdelen lukte het ons de balk op zijn plaats te krijgen. Versteeg had van te voren gezegd 'als dit lukt, krijgen jullie allemaal een goed cijfer op je rapport'. Terwijl wij de balk op zijn plaats hielden laste Versteeg deze vast op diverse plaatsen. Na afloop stond er een stalen geraamte met de functie van een scheidingswand. Hierna zouden de leerlingen van de metselklas zorgen voor het nodige metselwerk tussen de balken en de plaatsing van ramen op het metselwerk. Aan het einde van het jaar kregen we inderdaad voor deze onderdelen een goed cijfer.

Published on 2015-04-10 10:40:59 GMT

Incident bij de Prinses Irene Vak- en Huishoudschool ---------------------------------------------------- door Okko Steensma Achter onze school lag de Prinses Irene Vak- en Huishoudschool aan de Jan van Galenstraat. Bijna dagelijks kwam je meisjes van deze school tegen die, net als sommige jongens van onze school, van en naar de halte van bus 19 liepen of bij de halte stonden te wachten. Meestal bleef het bij dit soort korte, vluchtige ontmoetingen. Op een dag werd er op onze school medegedeeld dat de prinses Irene school vanaf heden verboden gebied was voor de Patrimonium leerlingen. Deze maatregel volgde op één of ander incident wat zich in de afgelopen dagen ervoor had voorgedaan bij deze school. Er was een meisje lastig gevallen o.i.d. Het bleek dat er Patrimonium leerlingen bij betrokken waren geweest. Er zou streng op toegezien worden dat een ieder zich hieraan hield en als iemand werd betrapt dan zouden er ernstige represailles volgen. Ik zat toen in klas 1C of M2e, ik weet het niet precies meer. Ik hield toen mij in ieder geval nog niet zo met meisjes bezig. Wel liep ik dagelijks met enkele klasgenoten richting Mercatorplein om ons dagelijkse portie frites naar binnen te werken. Omdat er nu ineens een algeheel verbod werd ingesteld werd mijn interesse gewekt. Moet je voorstellen, meisjesschool en nog een verboden gebied ook. Dus ik, tijdens de middagpauze, met een aantal klasgenoten richting Prinses Irene school. Het was opvallend druk in de straat voor de hoofdingang. Dit kwam eigenlijk door de grote groep jongens die zich daar verzameld hadden. Meisjes waren er nauwelijks te zien. Tot zover was er niets aan. Opeens klonk er in de verte een gejuich en gelach. Alle hoofden draaiden één kant op, in de richting waar het geluid vandaan kwam. Ik zag enkele leerlingen roepen naar een donkergeklede man op een fiets. De man reed op een zwarte herenfiets met een hoog zadel. We kenden deze man, het was de wiskundeleraar Van de Kraats die waarschijnlijk tussen de middag naar huis was geweest? We hadden iedereen daar verwacht behalve de heer Van de Kraats natuurlijk. De man probeerde snel voorbij te fietsen maar werd achterhaald door een aantal oudere Patrimonium leerlingen. Er werd van alles geroepen zoals 'u mag hier niet komen hoor’ of ‘u moet toch het goede voorbeeld geven, meneer'. Eén van de jongens probeerde zelfs bij hem achterop te springen. Hierop slingerde Van der Kraats en sommeerde de jongen zijn fiets los te laten waarna hij snel weg richting Patrimonium reed. Ik heb nog nooit zo gelachen als op die middag.

Published on 2015-03-24 20:07:58 GMT

Spijbelverhaal. ---------------------------------------------------- door Okko Steensma Op een middag, ik weet niet meer wanneer maar ik denk '69 of '70, hadden wij nog twee uur les. Het waren de laatste twee uur van die dag. Theorieles waarin ik, zoals zo vaak helemaal geen zin had, dus ik besloot te spijbelen. Ik maakte deze beslissing bekend aan een aantal klasgenoten, waar ik wat beter contact had dan met de overige klasgenoten. We moesten ons voor deze laatste twee uren sowieso verplaatsen, in de 10 minuten pauze die we hadden, van de praktijkwerkplaatsen in het lage gebouw naar het theorielokaal van dhr. van Tuil in het hoge gebouw. In de pauze verplaatsten de diverse stromen leerlingen zich met verschillende tempo's door het gebouw van hoog naar laag, links en rechts, voor en achter en v.v. Overigens, sommige schoolgenoten bewogen haast helemaal niet en staarden alleen statisch voor zich uit. Zij waren echt te moe om nog les te kunnen volgen. Een enkeling (waaronder ik) verplaatste zich zo onopvallend mogelijk naar de uitgang en trachtte zo ongezien de uitgang te bereiken. Je moest dan langs het conciergehok. Het was de kunst om je zo klein mogelijk te maken en ook nog langs het conciergehok te komen. Gelukkig het was deze keer weer gelukt. Niemand had iets gezien. Enkele minuten later zat ik ontspannen in bus 19 richting Osdorp, met mijn knieën tegen de bank voor mij. Vermoeid maar gelukkig keek ik naar rechts omhoog naar het betreffende lokaal waar ik op dat moment had moeten zitten en dacht. 'Daar boven zitten die sukkels nu die saaie les te volgen, zij liever dan ik. Gelukkig, ik ben er van af'. Terwijl ik zo langsreed en naar omhoog keek zag ik dat bijna alle leerlingen, incl. dhr. van Tuil zich nog bij het raam bevonden. Dit was overigens de geliefde plek van veel leerlingen tijdens, of tussen de pauzes. Hangen in (of uit) het raam en naar de vogeltjes (of mooie meiden) kijken buiten en dan maar hopen dat je daar ook was. De pauze was inmiddels al voorbij maar toch bevond iedereen zich nog bij het raam. Vreemd, en naar wie zwaaiden zij toch zo overdreven? Allemaal zwaaiend (incl. leraar) naar iets of iemand buiten het gebouw. Ik keek om mij heen in de bus maar ik kon niemand onderscheiden waar dit zwaaien betrekking op kon hebben. Ik dook verder weg in de bank en een allesbehalve gelukzalig gevoel maakte zich van mij meester. Ik werd wakker en dacht 'Zouden ze soms zo naar mij zwaaien?'. Ik weet wel dat ik de volgende dag als absent in het klassenboek stond.